Er zijn maar een paar sutra’s van Patanjali die concreet over de fysieke yogahouding, de asana gaan. Bijvoorbeeld sutra 2.47:

Prayatna saithilya ananta samapattibhyam

Perfectie in de asana kan worden bereikt, wanneer de inspanning inspanningsloos wordt, en de oneindige weg naar binnen is ingeslagen.

(De vertaling is van mij) Je zou ook kunnen zeggen wanneer de ergste inspanning stopt, en je het lichaam toestaat om te versmelten met de ziel.

Wanneer de balans is bereikt, vinden aandacht, verspreiding en ontspanning tegelijkertijd plaats in ons lichaam en in ons mentale zijn. Dit kan zorgen voor een moment van verlossing van tegenstellingen, zoals plezier en pijn, contractie en extensie, kou en warmte. Dan overkomt je een staat van geluk en dankbaarheid.

Wanneer een houding geen fysieke inspanning meer vraagt, begint de werking op het fysiologische niveau van de organen. In het ideale geval bereik je ontspanning, terwijl je de stevigheid van het fysieke lichaam en het bewustzijn behoudt.

Overgave aan god

Je leert de asana niet door je ‘louter aan god over te geven’. Een asana vraagt alertheid van geest, inzicht en doorzettingsvermogen. Zonder dat blijven we onwetend, en maak je geen vorderingen. De overgave aan god, of aan de hogere macht, helpt wel om de stress en frustratie die je tegen komt als je iets wilt leren, aan te kunnen. Overgave aan god leidt tot nederigheid, en menselijkheid, ook wanneer je die perfectie in de houding hebt bereikt.