Ahimsa (geweldloosheid) is de eerste Yama of gedragsregel op het yogapad.

Ahimsa heeft te maken met het terugtrekken van elk soort van verwonding aan een ander levend wezen. Je weerhoudt je van elke vorm van kwetsen of pijn doen aan een medemens of dier of levend wezen. Je weerhoudt je van elke fysieke of mentale toedracht, zowel alleen in gedachten en taal, als in de daad zelf. Wanneer je haat en vijandigheid laat gaan, zegt Iyengar, dan blijft alles omarmende liefde over.

Geweld heeft ook te maken met woede. Woede kent twee soorten. De eerste gaat over trots. Je wordt kwaad als je gekleineerd wordt. Dit zorgt ervoor dat je de dingen niet in juist perspectief kunt zien en tast je oordeelsvermogen aan. Bij de tweede vorm word je kwaad op jezelf, omdat je ondanks al je kennis en ervaring toch onjuiste dingen doet, steeds weer in dezelfde fout maakt of een verleiding niet weerstaat.
Het is dan het beste om jezelf te vergeven en jezelf niet te veroordelen zeggen wij. Een yogi treedt echter streng op tegen zichzelf, en eist van zichzelf discipline. Hij vraagt voor zichzelf niet om vergiffenis, maar om gerechtigheid. Terwijl hij dezelfde soort fouten bij anderen welwillend tegemoet treedt en om vergiffenis vraagt.

De volgende week gaan we verder over Satya.